Ombudsman Uitvaart

Ombudsman Uitvaart

Nieuwe uitspraak van de Ombudsman Uitvaart:
Klacht: Bestelde consumpties betalen.

 

Klacht 2012049:
Het betreft het enorme verschil in de begroting waarop de consumpties, na de uitvaart, zijn begroot op € 19,50 PM, maar waarvoor op de nota wordt € 883,40 in rekening gebracht. Ter compensatie van deze slechte consumptie begroting wenst klager een tegemoetkoming € 410,-- op de nota.

Uitspraak:
Nadat de uitvaart was besproken is de begroting op 30-01-2012 door partijen ondertekend. Hierin was voor de condoléance na de uitvaart begroot € 19,50 PM voor consumpties met broodjes.
In overleg met verweerder is, kort voor de uitvaartdag, het aantal consumpties nader vastgesteld op 100 personen en op 2 broodjes per persoon, in totaal 200 broodjes, waarvoor ad € 883,40 in rekening wordt gebracht. Dit aantal en het bedrag van € 883,40 zijn door klager niet betwist, maar is wel een grote afwijking op de begroting van € 19,50 PM.
Alleen klager kan bij benadering weten hoeveel mensen hij voor de uitvaart en de condoléance uitnodigt en kan dien ten gevolge bij benadering een ruwe inschatting maken hoeveel personen er zouden kunnen komen.
Verweerder begeleidt klager zoveel mogelijk hierin op basis van deskundigheid en ervaring. Verweerder kan nooit verantwoordelijk worden gehouden voor het aantal personen dat daadwerkelijk aanwezig is geweest.
Klager had kunnen begrijpen dat het begrote bedrag van € 19,50 PM voor 100 personen en 200 broodjes niet meer reëel kan zijn en dat dit begrote bedrag ruimschoots overschreden zou worden.
Van klager mag verwacht worden dat hij, in ieder geval na de later gedane definitieve bestelling van de 100 consumpties en 200 broodjes, zelf zou hebben moeten begrijpen en berekenen dat het begrote bedrag ad € 19,50 PM ruimschoots zou worden overschreden.
Het beroep op de, te lage, begrotingspost van verweerder kan alleen slagen als er nadien geen enkele wijzigingen meer zouden hebben plaatsgevonden en klager terecht had mogen begrijpen dat de begrote consumpties redelijkerwijs slechts € 19,50 PM zouden kosten.
Deze te lage begrotingspost, is verweerder wel aan te rekenen, maar is een niet zodanig verwijt dat dit zou moeten leiden tot toekenning van de klacht, immers klager had ook zelf kunnen en moeten begrijpen dat dit bedrag € 19,50 PM niet reëel kon zijn temeer er een "PM" achter staat welk gebruik in het maatschappelijk verkeer niet onbekend is als betekenis van een stelpost. Van klager mag verwacht worden dat de betekenis van PM hem bekend is en zo niet dat dit bij klager tot uitleg ervan nodigt bij verweerder, alvorens klager hiervoor tekent.

Deze klacht is dan ook tevergeefs ingesteld en wordt afgewezen.