Klager is tussentijds door verweerder van deze stijging nimmer op de hoogte gesteld, en was hiervan vooraf niet mee bekend, daarom kan het basistarief van 2012 niet in rekening worden gebracht, het dient een lager bedrag te zijn.
Klacht 2 : Het all-in pakket liet geen ruimte om hieruit keuzes te maken; welke posten wel en welke posten niet door klager gewenst zijn, zoals de nazorg, waarvoor klager geen belangstelling had. Klager had willen kiezen uit het all-in pakket.

Uitspraak:
Inzake klacht 1, is de ombudsman ex artikel 4 lid 2 van het Reglement Stichting Klachteninstituut Uitvaartwezen niet bevoegd zich uit te laten over de gehanteerde tarieven en het gevoerde beleid van verweerder.
Dit leidt tot de conclusie dat klacht 1 hierom tevergeefs is ingesteld
Inzake klacht 2, heeft de overledene in 2004 haar wensen door verweerder laten optekenen in het laatste wens formulier “Nu voor later” waaraan een begroting was gehecht.
Dit formulier is de leidraad geweest bij het bespreken van de uitvaart op 25 juni 2012 tussen klager en verweerder en deze besproken uitvaart is schriftelijk vastgelegd in “de opdracht tot de uitvaart,” met een begroting.
Voor het antwoord op de vraag of er sprake is van “een all-in pakket,” dient bekeken te worden wat in het laatste wens formulier “Nu voor later” uit 2004, hieromtrent is opgenomen. Hierin is niets opgenomen dan wel af te leiden dat er sprake is geweest van een all-in pakket.
Ook de opdracht tot de uitvaart van 25-06-2012 vermeldt niet de keuze van een all-in pakket en evenmin blijkt uit de nota dd 11-07-2012 dat er een all-in pakket is geleverd en of gefactureerd.
Dit leidt tot de conclusie dat klacht 2 ongegrond is en hierom tevergeefs is ingesteld.

De ombudsman wijst beide klachten af en klager dient binnen 3 weken na ontvangst van dit bindend advies de nota aan verweerder integraal te voldoen.

www.klachteninstituutuitvaartwezen.nl