index

KEIZER JOSEPH II (1780-1790)

index

Kaiser
foto: Rindert Brouwer

Op onze funeraire tocht door Wenen stuiten we geregeld op keizer Joseph II (1780-1790), de zoon van keizerin Maria Theresia.

Joseph II was een verlicht despoot. Kort samengevat hield het verlicht despotisme in: alles voor het volk, niets door het volk.

Middels het Tolerantie-edict gaf Joseph II in 1782 aan al zijn onderdanen godsdienst-vrijheid. Hij hief 2600 kloosters op, verminderde de macht van de bisschoppen en regelde de opleiding van priesters van staatswege. Hij hief de lijfeigenschap op en stelde de gelijkheid van alle burgers vast.

Voor ons verhaal is hij uitermate belang-rijk, omdat hij in de Habsburgse landen de aanzet heeft gegeven tot een funeraire omwenteling. Tijdens zijn bewind werd de dood de stad uitgebannen. Waar tot dan toe dood en leven een geheel hadden gevormd, bracht hij een scheiding teweeg. In 1782 vaardigde Joseph II een decreet uit, waarin het begraven in de kerken werd verboden. Er waren enkele uitzonderingen, zoals de Kaisergruft in de Kapuzinerkirche, waar de leden van het keizerlijk huis werden bij-gezet.

In 1784 volgde het verbod op het begraven binnen de bebouwde kom en de verordening buiten de steden gemeentelijke begraafplaatsen aan te leggen, de zogenaamde ‘communale Friedhöfe’.

Joseph II regeerde over een gebied, waarvan de delen verspreid lagen van de Turkse grens tot in Nederland. Bepaalde delen van Limburg (en bijna geheel België) behoorden tot de Oostenrijkse Nederlanden. De Oostenrijkse wetgeving vanuit Wenen was ook op deze gebieden van toepassing. In Roermond heeft dit in 1785 geleid tot de oprichting van de eerste gemeentelijke begraafplaats in Nederland: de Algemene Begraafplaats nabij Kapel in ‘t Zand.

Joseph II regeerde over een gebied, waarvan de delen verspreid lagen van de Turkse grens tot in Nederland. Bepaalde delen van Limburg (en bijna geheel België) behoorden tot de Oostenrijkse Nederlanden. De Oostenrijkse wetgeving vanuit Wenen was ook op deze gebieden van toepassing. In Roermond heeft dit in 1785 geleid tot de oprichting van de eerste gemeentelijke begraafplaats in Nederland: de Algemene Begraafplaats nabij Kapel in ‘t Zand.

In het ‘Edict van den Keyzer, aengaende de begraeffenissen. Van den 26 Junii 1784’ kunnen we dan ook meelezen wat het edict voor de Habsburgse landen inhield.

In dit edict van Joseph II werd het begraven in ‘eene Kerk, Kapelle, Bid-plaets of ander bedekt Gebouw, ‘t zij in de Steden of daer buyten’ (art.I) verboden.

Art.IV luidt: ‘Daer zullen buyten den omtrek der Steden en buyten den Vlecken ofte Borghten, Kerhoven worden opgerecht in de welke alleen het zal geoorloft wesen te begraeven’.

Hoe men begroef voor de tijd van Joseph II kunnen we zien rond, in en onder de Stephansdom en in de crypte van de Michaelerkirche.

Joseph II zelf komen we tegen in de Kaisergruft van de Kapuzinerkirche, waar hij in een zeer eenvoudige kist rust aan de voeten van zijn moeder Maria Theresia die samen met haar gemaal Franz I Stephan in een zeer protserige kist ligt, die de afmetin-gen heeft van een royaal hemelbed.

Van de ‘communale Friedhöfe’ rest nog slechts Het St.Marxer Friedhof. Ook dat zullen we bezoeken, voordat we naar het Zentralfriedhof gaan, waar tegen het eind van de 19e eeuw de geschiedenis van het begraven in Wenen werd vervolgd.

Een groot stuk ‘begraaf’geschiedenis van de stad Wenen vinden we in het Uitvaartmuseum, waar we de dag en de funeraire tocht door Wenen beginnen.

©Copyright tekst en foto's Rindert Brouwer