index

DE HABSBURGERS

index

Kapuzin
foto: jeannette Goudsmit

Op onze funeraire reis volgen wij in Wenen het spoor van de Habsburgeers na hun dood. Aanvankelijk werden ze in de Stephansdom begraven.

 

Kapuzinerkirche: Kaisergruft

In 1618 liet keizerin Anna bij haar dood een som geld na aan de paters Kapucijnen om er een klooster en daaronder een grafkelder voor haar en haar gemaal keizer Matthias (1557-1619) te bouwen. De crypte werd de begraafplaats van de gekroonde hoofden van de keizerlijke familie Habsburg en hun aanverwanten. De lichamen van 147 personen, waaronder 13 keizers en 19 keizerinnen hebben er hun laatste rustplaats gevonden. Slechts één niet-Habsburger is er begraven: gravin Karoline von Fuchs-Mollardt, gouvernante en later vriendin van Maria Theresia. De laatste Habsburger die hier in 1989 werd bijgezet was Zita, de laatste keizerin van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie. Op een paar uitzonderingen na vonden alle Habsburgers hier hun laatste domicilie. En zo is de Kaisergruft een uniek document van 300 jaar Oostenrijkse geschiedenis. Naast eenvoudige kisten staan er overdadig versierde en pronkerige sarcofagen. Tin voert als materiaal de boventoon; het meest geliefde symbool op de kisten is het doodshoofd.

Augustinerkirche: Herzgrüftlein

Vanaf het begin van de 18e eeuw tot aan het eind van de 19e eeuw werden de Habsburgers begraven volgens het Spaanse hofceremonieel. Hart en ingewanden werden verwijderd en in urnen gedaan. De urnen met de harten werden bijgezet in de Augustijnerkerk. Deze werd in de jaren 1330-1339 gebouwd en fungeerde na 1643 als hofkerk van de Habsburgers. In 1627

werd door Eleonore von Mantua een kopie van het heilig huisje uit Nazareth in de kerk geplaatst. Deze Loreto-kapel werd bestemd als begraafplaats van de harten van de Habsburgers. Hier staan, in enkele rijen boven elkaar, 54 zilveren urnen met de harten van o.a. negen keizers, acht keizerinnen, een koning, een koningin, veertien aartshertogen, veertien aartshertoginnen en twee hertogen. De laatste bijzetting van een hart vond plaats in 1878. Het betrof het hart van aartshertog Franz-Karel, de vader van keizer Franz-Joseph.

Stephansdom: Herzogsgruft

Na de stichting van de Kaisergruft werd de hertogencrypte in de Stephansdom bestemd voor de bijzetting van de ingewanden van de Habsburgers in koperen urnen. Nu bevinden zich hier in nissen achter tralies 64 Intestina-urnen met ingewanden en 12 urnen met harten, onder andere van de hertog van Reichstedt, de zoon van Napoleon Bonaparte. Ook hier vond de laatste bijzetting plaats in 1878. Betere balsemmethoden maakten de verwijdering van hart en ingewanden overbodig.

Op onze funeraire reis door Duitsland en Oostenrijk zullen we de cryptes aandoen, waarin de Habsburgers rusten: hun lichamen in tinnen sarcofagen, hun harten in zilveren urnen en hun ingewanden in koperen potten.

En hoe werden de burgers begraven vóór 1784? Om dat te weten te komen dalen we tijdens onze tocht door Wenen af in de Michaelergruft, de gewelven van de Michaëlskerk.

Middels het Tolerantie-edict gaf Joseph II in 1782 aan al zijn onderdanen godsdienst-vrijheid. Hij hief 2600 kloosters op, verminderde de macht van de bisschoppen en regelde de opleiding van priesters van staatswege. Hij hief de lijfeigenschap op en stelde de gelijkheid van alle burgers vast.

Voor ons verhaal is hij uitermate belang-rijk, omdat hij in de Habsburgse landen de aanzet heeft gegeven tot een funeraire omwenteling. Tijdens zijn bewind werd de dood de stad uitgebannen. Waar tot dan toe dood en leven een geheel hadden gevormd, bracht hij een scheiding teweeg. In 1782 vaardigde Joseph II een decreet uit, waarin het begraven in de kerken werd verboden. Er waren enkele uitzonderingen, zoals de Kaisergruft in de Kapuzinerkirche, waar de leden van het keizerlijk huis werden bij-gezet.

In 1784 volgde het verbod op het begraven binnen de bebouwde kom en de verorde-ning buiten de steden gemeentelijke begraafplaatsen aan te leggen, de zogenaamde ‘communale Friedhöfe’.

©Copyright tekst en foto's Rindert Brouwer