index

BEINHAUS HALLSTATT

index

Beinhaus
foto: jeannette Goudsmit

knekelhuizen en mummiebegraafplaatsen                  

Er zijn twee soorten knekelhuizen in Europa: het knekelhuis als opslagplaats en het knekelhuis als tweede begraafplaats.

 

Tot de 15e eeuw slingerden schedels en botten vrij rond op begraafplaatsen. Daarna ging men er toe over de beenderen, die steeds uit de aarde vrijkwamen ordelijk te rangschikken in een knekelhuis. Iedere begraafplaats kreeg zijn ossuarium, knekelhuis, afkomstig van het latijnse os = bot, knekel. Deze knekelhuizen waren uitstalplaatsen, bedoeld om te worden bekeken en de mensen te herinneren aan hun toekomst: memento mori = bedenk dat ook jij sterft. Dit gebruik vond plaats in heel Europa.

In de 17e eeuw groeide het idee dat het lichaam niet geheel mocht verdwijnen. Men ging ‘begraven’ in twee etappes, eerst in een voorlopig graf en pas later in een definitieve rustplaats.

Hallstat 
foto: Rindert Brouwer

Bij de ‘tweede begrafenis’ deed zich een opmerkelijk verschil voor tussen Noord- en Zuid-Europa. In Noord-Europa werden de beenderen gerangschikt in knekelhuizen – een ander soort knekelhuizen dan bovengenoemde die alleen fungeerden als opslagplaatsen-, in Zuid-Europa ontstond op sommige plaatsen het verschijnsel van mummiebegraafplaatsen.

De oorsprong van het gebruik van deze knekelhuizen ligt bij de Germanen, een gebruik dat later werd geïntegreerd in het christendom. Bij de Germanen die akkerbouw beoefenden en in dorpen bij elkaar woonden werd het welzijn van de gemeenschap gesteld boven dat van de enkeling. Ze wezen enkelgraven af en verzamelden het gebeente van allen die tot de gemeenschap behoorden in een laatste rustplaats. De verbreiding van de knekelhuizen vond plaats in het gebied van de Germaanse stammen die zich later tot het christendom bekeerden.

In Zuid-Europa legde men meer de nadruk op het recht van het individu; vandaar dat men daar niet dergelijke knekelhuizen kende, maar wel mum-miebegraafplaatsen. Als de lichamen na de eerste begrafenis niet verder meer veranderden, omdat ze ofwel verdroogde geraamtes ofwel mummies waren geworden, kregen ze hun definitieve grafplaats. Dit gold in eerste instantie voor beroemde, vooral koninklijke personen, maar werd later algemener.

Waar een mummie een voortzetting is van een individueel leven, boden knekelhuizen een collectief ‘leven’ na de dood.

 

Hallstatt: Karner

In Oostenrijk wordt een knekelhuis naast Beinhaus vaak Karner genoemd, afkomstig van het latijnse carnarium, wat vleeshuis betekent (caro = vlees, carnis = vlezig). Een Karner is uitdrukkelijk bedoeld voor de tweede ‘begrafenis’.

Bij het ordenen van de opgegraven stoffelijke resten was een bijzondere plaats voorbehouden aan de schedels, die in ordelijke rijen op elkaar werden gelegd. Vanaf de 18e eeuw werden vaak de naam en sterfdatum van de overledene op de schedel geschreven, waarna deze werd versierd met bloemen of bladerkransen.

Hallstatt ligt op een smalle landtong aan de oever van de Hallstätter See, in de rug gedekt door de steile Salzberg. Ruimte voor uitbreiding is er niet. Dit kenmerkt ook het kleine kerkhof: men ligt hier niet voor de eeuwigheid. Daarom is het gebruik van de tweede begrafenis, dat elders allang is ver-dwenen, hier tot op de huidige dag gebleven.

Om de tien tot twintig jaar worden de graven op het kerkhof geruimd om anderen de gelegenheid te geven in de grond van hun geboortedorp begraven te worden. Die ruiming gebeurt overigens nu alleen nog van hen die geen bezwaar hebben. De nog resterende beenderen worden gereinigd en overgebracht naar het Beinhaus.

Voor men daar een plaats krijgt worden de beenderen en schedels gescheiden. De beenderen komen op de grote stapel. De schedels worden gebleekt en daarna beschreven of beschilderd. Sommige familieleden tekenen er een heel bidprentje op, vermelden de naam en schilderen op de schedel van een jong meisje een bloempje. Soms wordt de doodsoorzaak aangegeven. Op de meeste schedels is een kruisje getekend, ook in de dood blijft men katholiek.

Karner 
foto: jeannette Goudsmit

De Karner in Hallstatt, die ongeveer 610 beschilderde schedels heeft, bevindt zich in de onderetage van de St.Michaelskapel. Veel knekelhuizen waren gewijd aan de aartsengel Michael, die niet alleen de zielen van de overledenen weegt, maar die ook de strijder is tegen de machten van de hel. Hij was de heilige die na de christianisering van de Germanen de rol van Wodan overnam; hij was de leider van de hemelse heerscharen tegen de machten van de duisternis. Hij leidt de zielen van de doden naar het Laatste Oordeel.

©Copyright tekst en foto's Rindert Brouwer

Naar fotoboek Beinhaus