| PERSBERICHT VAN DE STICHTING OUDE
STADSBEGRAAFPLAATS LEEUWARDEN (SOSL) d.d.
6 februari 2002 Hierbij delen wij
u mee dat het bestuur van de Stichting Oude Stadsbegraafplaats Leeuwarden (SOSL)
in zijn laatste vergadering heeft besloten de activiteiten van de stichting te
minimaliseren. Aan dit besluit ging bezinning op de toekomst van de stichting
vooraf, waaraan in de afgelopen tijd behoefte is ontstaan door ervaringen met
de feitelijke voortgang in het restauratieproces met betrekking tot de oude stadsbegraafplaats. De
oprichters stond in 1996 voor ogen dat de stichting een bijdrage zou moeten leveren
aan de verwezenlijking van de restauratie van de oude stadsbegraafplaats. De gemeente
droeg het initiatief tot restauratie destijds door de oprichting van de stichting
te ondersteunen. De stichting heeft aan
haar taak voldaan met pogingen maatschappelijk draagvlak voor de begraafplaats
en de restauratie te scheppen. Zo werd een web-site geopend, werd periodiek een
nieuwsbrief verspreid onder belangstellenden, werd een publicatie uitgegeven en
werden er schoonmaakdagen en rondleidingen gehouden. Er werd een archief aangelegd
met gegevens van de begraafplaats en begravenen, dat voor belanghebbenden ter
inzage wordt gehouden. Wat de feitelijke
verwezenlijking van de restauratie betreft werden door de stichting donaties vergaard
en werd door haar geadviseerd ten aanzien van de concrete restauratieplannen. Uitgangspunt
voor de activiteiten van de stichting is steeds geweest dat zij ten opzichte van
de gemeente een ondersteunende positie inneemt. De gemeente is immers eigenaar
en beheerder van de begraafplaats en zou in die hoedanigheid opdracht tot restauratie
moeten geven. Voor de voortgang in- en doorgang van de restauratieplannen is een
actieve en betrokken rol van de gemeente essentieel. Het laatste veronderstelt
ook dat de gemeente een financiële verantwoordelijkheid neemt. Uit
de praktijk van de afgelopen jaren heeft het bestuur van de stichting moeten begrijpen
dat de restauratie van de begraafplaats voor de gemeente duurzaam een lage prioriteit
heeft gekregen. Voor zich spreekt dat het aan de gemeente is om zelf de prioriteiten
van haar werkzaamheden te bepalen. Niettemin meent het stichtingsbestuur dat een
lage prioriteitsstelling aan het realiseren van de restauratie van de begraafplaats
in de weg staat. Reden waarom de stichting heeft geprobeerd te bevorderen dat
de restauratie een adequate prioriteit zou krijgen, zonder het beoogde resultaat. Er
is geen reden om aan te nemen dat hierin op korte termijn verandering zal komen.
Het bestuur heeft wat dat betreft recentelijk nog van de verantwoordelijk wethouder
begrepen, dat pas overwogen wordt een voorstel tot opdrachtverlening aan de gemeenteraad
te doen, als vaststaat dat de aan restauratie verbonden kosten (begroot op ca
EUR 550.000) in het geheel of nagenoeg geheel door derden worden gedragen. Ook
nu door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg inmiddels een zeer aanzienlijke
subsidietoezegging is gedaan. Aan de daadwerkelijke restauratie dient overigens
een periode van juridische voorbereiding vooraf te gaan, die, ondanks een dringend
advies van januari 2001, door de gemeente als bevoegde en verantwoordelijke nog
niet in gang is gezet. Nu het gebrek
aan voortgang in de restauratie en het gebrek aan concrete uitzichten op verandering
daarin kennelijk het gevolg is van voormelde duurzame prioriteitsstelling door
de gemeente, is aan de activiteiten van de stichting in principe de basis komen
te ontvallen. Het
bestuur. |